1. Home
  2.   MIRT 2013
  3. Over het MIRT

Over het MIRT

Voor het Rijk is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) het nieuwe kader dat de ruimtelijke, water- en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt en de focus bepaalt voor de investeringen. Het Rijk investeert in projecten die bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de gebieden met de grootste economische verdiencapaciteit. Door infrastructuur, bescherming tegen overstromingen, waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling in onderlinge samenhang te bekijken, wordt gelijktijdig aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig land gewerkt.

    Ruimte en middelen zijn schaars in Nederland. Daarom moet goed gekeken worden hoe deze ruimte het beste in te richten is. Daarvoor is een gezamenlijk beeld van de opgaven in een specifiek gebied nodig. Het Rijk en de decentrale overheden hebben daarom eind 2009 per regio een gebiedsagenda vastgesteld. Deze gebiedsagenda’s worden eind 2012 geactualiseerd. Een verkorte weergave van de huidige gebiedsagenda staat aan het begin van ieder hoofdstuk. De agenda bevat een gezamenlijke visie en de door Rijk en regio samen onderkende opgave(n) van een gebied. De besluitvorming over de vraag voor welke opgaven en welke oplossingen gekozen wordt, gebeurt in samenspraak tussen Rijk en regio in de bestuurlijke overleggen MIRT.

    Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) gaat over de financiële investeringen in deze integrale gezamenlijke oplossingen (programma’s en projecten). Om de interne procesgang bij het Rijk van de besluitvorming over de investeringen voor een ieder navolgbaar te maken, zijn de Spelregels van het MIRT afgesproken. Hierin staat beschreven wat de taken en rollen van partijen zijn, alsmede de besluitvormingsvereisten bij het Rijk om te komen tot een beslissing over een eventuele financiële rijksbijdrage. De spelregels schetsen het proces dat een opgave dan wel project/programma doorloopt van verkenning, planuitwerking tot en met realisatie, inclusief de bijbehorende vier beslismomenten. In 2011 zijn ze geactualiseerd (TK 33000 A, nr 20, bijlage 2). Het betreft een eenduidiger gebruik van terminologie, de verdere ‘vernatting’ in het kader van het Deltaprogramma, het integreren van de Sneller&Beter werkwijze en de wijziging van de Tracéwet. Daarnaast wordt er een slag gemaakt met de vernieuwing van het MIRT, zowel qua inhoud, in te zetten (beleids-)instrumenten als betrokken partijen.

    Er kan sprake zijn van een MIRT Onderzoek. Dit onderzoek is er ofwel op gericht een opgave of ontwikkelrichting nader te concretiseren, ofwel om een gebiedsontwikkeling uitvoeringsgereed te maken. Het is echter géén eerste stap op weg naar een beslissing over een eventuele rijksinvestering. De uitkomst van een MIRT Onderzoek kan alleen via aanscherping van de gebiedsagenda én na besluitvorming (conform de Spelregels van het MIRT) in een bestuurlijk overleg aanleiding zijn om voor een bepaalde opgave een MIRT Verkenning te starten. Ook een MIRT Onderzoek dient te voldoen aan de principes van Sneller&Beter.

    De bestuurlijke overleggen, de gebiedsagenda’s, het MIRT Onderzoek, de Spelregels van het MIRT en dit MIRT Projectenboek vormen samen het MIRT. Een meer uitgebreide toelichting op deze onderdelen vindt u in bijlage I, Toelichting op het MIRT.

    MIRT Projectenboek 2013

    Hoofdmenu

    Servicemenu