1. Home
  2.   MIRT 2013
  3.   8 Oost-Nederland
  4. Hoofdopgaven

Hoofdopgaven

Versterking van het vestiging- en productiemilieu in relatie tot de topsectoren

Voor het behoud en de verdere ontwikkeling van de economische kracht van Oost-Nederland is versterking van het vestigingsklimaat van de stedelijke gebieden en de topsectoren belangrijk. Bereikbaarheid, het bieden van een attractief woonmilieu (incl. culturele voorzieningen en groen), het versterken van de campusvorming van de universiteiten en een voldoende (gevarieerd) aanbod aan vestigingslocaties zijn belangrijke voorwaarden. Innovatie wordt gestimuleerd door samenwerking tussen kennisintensieve bedrijven en instellingen binnen en buiten Oost- Nederland en door het versterken van de ‘gouden driehoek’ (overheid, ondernemers en onderwijs). De demografische ontwikkelingen in Oost-Nederland vragen aandacht. De bevolkingsgroei in het landsdeel als geheel stabiliseert naar verwachting in 2030. Enerzijds groeien de grotere steden, mede als gevolg van urbanisatie, terwijl anderzijds in de meer landelijke gebieden de gevolgen van krimp al merkbaar zijn (bv. Achterhoek). Dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het voorzieningenniveau en daarmee voor de ruimtelijke structuur en het vestigingsmilieu.

    Aangezien energie een noodzakelijke voorwaarde is voor het goed functioneren van de economie en Oost-Nederland de ambitie heeft om de energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk te laten zijn van schaarser wordende fossiele brandstoffen, wil Oost-Nederland energieopwekking op een toekomstbestendige, duurzame en innovatieve wijze laten plaatsvinden.

    Versterken en benutten van achterlandverbindingen

    Een goede bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor het behoud en versterken van de economische potentie. Door Oost-Nederland lopen drie belangrijke (internationale) oost-west achterlandverbindingen over de weg (de A1, A12 en A15), aangevuld met belangrijke verbindingen over water (Waal, IJssel, Twentekanalen) en spoor (ICE-verbinding Randstad-Duitsland en de Berlijnlijn voor personenvervoer en Betuweroute voor goederenvervoer). In noord-zuid richting loopt er een verbindingszone tussen de A1 en de A12/A15 via de A50. De achterlandverbindingen langs de Waal, A15, Betuweroute, het Twentekanaal, A1 en de Berlijnlijn in Oost-Nederland vormen tevens als core corridors belangrijke onderdelen van het TEN-T (Trans-European Transport Network). De op deze internationale verbindingen gelegen bestaande binnenhavens van nationale betekenis Nijmegen en Hengelo, zijn in Europees verband eveneens als core (Europese) binnenhavens aangemerkt.

    In Oost-Nederland heeft het hoofdwegennet en het hoofdspoorwegennet ook een regionale ontsluitende functie in de stedelijke gebieden. Dit geldt met name voor Arnhem-Nijmegen, Twente, Stedendriehoek en Zwolle-Kampen. Voor Oost-Nederland is zowel de bereikbaarheid in die stedelijke gebieden als de bereikbaarheid tussen de stedelijke gebieden in Oost-Nederland, de Randstad, Noord-Nederland, Duitsland en Brabant van belang. Op het gebied van logistiek heeft Oost-Nederland de ambitie om meer economisch rendement te halen uit de doorvoer van goederen van de mainports naar Duitsland, door op strategische plekken bestaande logistieke multimodale knooppunten te versterken en waar nodig nieuwe te creëren. Ten aanzien van de achterlandverbindingen door Oost-Nederland is het gezamenlijk uitgangspunt de totstandkoming van één logistiek systeem (spoor, vaarwegen en wegen) dat synchromodaliteit faciliteert, waarbij de synergie tussen de havens en andere multimodale knooppunten wordt versterkt, met als doel de groei van het goederenvervoer zo veel mogelijk via binnenvaart en spoor op te vangen en doorstroming op de weg te faciliteren.

    Wateropgave

    In Oost-Nederland spitst het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving zich toe op de waterveiligheid rond de grote rivieren en op mogelijke peilverhoging van het IJsselmeer. Piekafvoer kan als gevolg van klimaatverandering toenemen en vaker optreden. Daarom werken Rijk en regio samen aan de veiligheid van Oost-Nederland in het MIRT Onderzoek Deltaprogramma Rivieren. In 2014 adviseert de deltacommissaris het kabinet over mogelijke nieuwe normen voor waterveiligheid. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de kans op een overstroming als de potentiële schade (deze is afhankelijk van de economische waarde in een gebied) die bij een overstroming kan ontstaan. Rijk en regio zoeken in het gebiedsgerichte deelprogramma Rivieren naar slimme oplossingen voor het borgen en verder verbeteren – waar nodig – van de veiligheid. Daarbij wordt naar (innovatieve) dijkversterking, rivierverruiming, andere afvoerverdeling, ruimtelijke aanpassingen achter de dijk en rampenbeheersing gekeken (meerlaagsveiligheid). De deltabeslissingen over de zoetwatervoorziening, de Rijn-Maas monding, het IJsselmeer en Ruimtelijke adaptatie zijn voor Oost-Nederland van belang.

    In Oost-Nederland liggen belangrijke bundelingen van economische waarden in het gebied rond Arnhem-Nijmegen, Food Valley, Zwolle-Kampen en de Stedendriehoek.
    Bij de keuze van maatregelen die de veiligheid vergroten worden dan ook meerdere belangen meegewogen: natuur, gebiedsontwikkeling en economie (bevaarbaarheid, overslagmogelijkheden, recreatie). De ‘flessenhalzen’ die steden vormen voor de rivier, creëren voor de wateropgave zowel een uitdaging als kansen, in combinatie met de ruimtelijke inrichting en de stedelijke ontwikkeling.

    MIRT Projectenboek 2013

    Hoofdmenu

    Servicemenu